Eén van de oudste musea van Nederland
Een écht museum
In 1825 is het Muiderslot in slechte staat. Het dak is ingevallen en de muren staan wankel. Een actiegroep redt het kasteel van de sloop. Maar wat moet ermee gebeuren? Het ministerie van Binnenlandse Zaken stelt in 1828 een adviescommissie aan die zich buigt over het hoopje stenen. Hun advies: maak er een museum van.
Maar er is een probleem… Er is geen geld! Vijftig jaar gaat voorbij, en het kasteel raakt verder in verval. Toch blijft het advies onveranderd: het Muiderslot moet een museum worden. Louis Diederik Taunay wordt aangewezen als slotvoogd: iemand die oog heeft voor de toekomst van het kasteel. Daarnaast stelt de verantwoordelijke ambtenaar, Victor de Stuers, adviseurs vanuit het rijk aan. Zij mogen van het Muiderslot een écht museum maken.
Militair gebied
Louis Diederik Taunay wil echter als slotvoogd niet wachten op advies. Hij begint alvast met het aankleden van de ruimtes. Hij neemt meubelen en schilderijen van thuis mee om het kasteel zo snel mogelijk toegankelijk te maken voor publiek. Met deze voorwerpen legt Taunay een basis voor de collectie. Openen voor publiek gaat nog niet. In de kelders van het kasteel liggen namelijk nog explosieven. Pas als die zijn ontruimd, kan Taunay aan de slag.
Inmiddels zijn de aangewezen rijksadviseurs onderzoek aan het doen; naar de geschiedenis van het gebouw, hoe alles er vroeger heeft uitgezien en wat ze er nu van kunnen maken. Ze krijgen een jaarlijkse begroting voor dringende herstelwerkzaamheden. Maar, let op, het terrein rondom het kasteel is verboden militair gebied. Terwijl het Muiderslot zich voorbereidt op een toekomst als museum, worden om het kasteel vijf bastions aangelegd om ongenodigde gasten af te schrikken.
Het Muiderslot in 1886. Fotograaf A. Mulder. Collectie Rijksdienst Cultureel Erfgoed, nr. 16565
Tijd voor een feestje
In 1876 wordt van de jaarlijkse bijdrage van het ministerie nog een paar schilderijen aangekocht. Allemaal in 17e-eeuwse stijl, net alsof P.C. Hooft het pand nooit heeft verlaten. Al dat harde werk loont: het Muiderslot krijgt de titel rijksmuseum. Slechts een begin. Het kasteel moet verder worden opgeknapt, de collectie verder uitgebreid. En, nog belangrijker: er moet meer geld komen.
De viering van P.C. Hooft’s 300e geboortedag biedt kansen. De feestcommissie, onder leiding van de Amsterdamse wethouder van onderwijs Warner Willem van Lennep, zien het Muiderslot als dé plek om dit te vieren. Ze organiseren een inzamelingsactie en vragen de betrokken rijksadviseur en bekende architect Pierre Cuypers om de Ridderzaal om te toveren tot feestlocatie. Het feest is een groot succes. Dankzij een kunstenaarsinitiatief worden er meerdere historiestukken van de Muiderkring gemaakt. Dit inspireert de feestcommissie om hun werk voort te zetten. In 1882 richten ze daarom een eigen commissie op voor de inwendige restauratie van het Muiderslot. Iets wat tot grote conflicten leidt met Victor de Stuers “en zijn mannen”.
De commissie heeft hele andere plannen voor het Muiderslot dan het ministerie. Toch moeten de rijksadviseurs de commissie dankbaar zijn. Want dankzij hun inzet, is er meer aandacht voor het kasteel. Meer aandacht betekent ook meer geld. Hierdoor kan het kasteel volledig worden gerestaureerd. Daarnaast doet de commissie aankopen voor het museum. Waaronder een beddenkoets en braadspit. Op 28 juni 1913 opent de eerste tentoonstelling in het Muiderslot. Bezoekers kunnen voor ƒ 0.50 een kijkje nemen in het kasteel dat, volgens het tentoonstellingspamflet, “nu veel mooier is dan de holle ruimte vroeger was.”
Bommen & bulldozers
In 1947 is het alweer tijd voor een feestje. Ditmaal gaat het om de viering van de 300e sterfdag van P.C. Hooft. De secretaris van het Rijksmuseum Amsterdam, Ton Koot, is dit keer aangewezen om het kasteel feest klaar te maken. Koot gaat rigoureus te werk: meubels worden vervangen, schilderijen verhangen. Cuypers’ Ridderzaal krijgt een nieuwe openhaard en hij vult de rest van de zalen met werk uit de collectie van zijn Amsterdamse werkgever.
Ook dit feest is een groot succes. Koot wordt aangenomen als slotvoogd en blijft dit tot aan zijn pensioen. Als slotvoogd maakt hij een belangrijke verandering mee: in 1954 wordt het terrein rondom het Muiderslot ontheven van zijn militaire rol. Koot schrijft meteen een brief aan het ministerie. Zijn suggestie: we blazen de bomvrije gebouwen op en planten tuinen aan, net zoals P.C. Hooft die had in de 17e eeuw.
Zo gezegd, zo gedaan. Dertig manschappen van de C-Compagnie van het Genietbataljon der 4e Divisie uit Nunspeet worden ingezet om de bomvrije gebouwen te verwijderen van het terrein. Een paar gebouwen worden opgeblazen, maar om de veiligheid van het kasteel te garanderen, wordt voor de rest een bulldozer gebruikt. Het afbreken duurt in totaal zes maanden. Terwijl het puin nog wordt geruimd, zijn de plannen voor een pruimenboomgaard en kruidentuin al in de maak. Dit is het begin van de groene collectie.
Stichting Rijksmuseum Muiderslot
Door de jaren heen gaat de verantwoordelijkheid voor Rijksmuseum Muiderslot van het ene ministerie naar het andere. Tot 1994, want dan wordt de Rijksdienst Kastelenbeheer (onderdeel van het ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) opgeheven. Hierdoor is het Muiderslot officieel geen rijksmuseum meer. Net zoals de andere rijksmusea (zoals het bekende Rijksmuseum in Amsterdam), mag het kasteel de naam behouden. Maar vanaf nu bepaalt de nieuwe stichting, Stichting Rijksmuseum Muiderslot, hoe het museum eruitziet.
Naast de collectie van de Nederlandse overheid, koopt de stichting oude objecten aan, zoals historisch tafellinnen, maar ook moderne kunst. En ook dat werk wordt beloond. In 1996 wordt het Muiderslot opgenomen in het Museumregister. Het voormalige rijksmuseum laat hiermee zien dat, tachtig jaar na de eerste tentoonstelling, het nog steeds “geen ruïne [is], waarop we de aandacht van den vreemdeling vestigen” maar een bijzonder gebouw vol verhalen.
Bezoek
Zien en doen
Onderwijs
Verhalen
Over ons