Hemelglobe: navigeren op de sterren
Hemelglobe vol sterren
Deze hemelglobe in de collectie van het Muiderslot is gemaakt in 1711. De globe laat een gedetailleerde kaart zien van de sterrenhemel zoals men die toen kende. De globe laat zien waar sterren en sterrenbeelden aan de hemel staan. Maar of zo’n globe echt hielp bij het maken van verre reizen, is nog maar de vraag.
Al ver voor de zeventiende eeuw maakten scheepskapiteins gebruik van de sterren om hun weg te vinden op zee. Door naar de stand van sterren en planeten te kijken, konden zij bepalen waar zij zich bevonden. Toen in Nederland de cartografie zich sterk begon te ontwikkelen, werd deze kennis steeds vaker vastgelegd.
Nauwkeurige hemelglobes
Met de uitvinding van de telescoop in de zeventiende eeuw konden zeelieden nog meer sterren waarnemen en hun positie beter vastleggen. Kapiteins en stuurlieden kregen tijdens hun reizen de opdracht om waarnemingen van hemellichamen te noteren. Deze informatie werd gebruikt door cartografen, die zo steeds nauwkeurigere kaarten en globes konden maken.
De Nederlandse cartograaf Gerard Valck maakte aan het begin van de achttiende eeuw verschillende hemelglobes op basis van deze nieuwe inzichten. De hemelglobe uit 1711 die je in het Muiderslot ziet, is daar een voorbeeld van. Waarschijnlijk hoorde er ook een aardglobe bij, want globes werden meestal als paar verkocht.
Onhandig formaat
Hoewel stuurlieden veel bijdroegen aan de ontwikkeling van globes, gebruikten zij deze zelf nauwelijks aan boord. Globes hadden een onhandig formaat, waren kwetsbaar en het kaartbeeld was vaak niet gedetailleerd genoeg voor navigatie op zee.
In een document uit 1667 schrijft een kaartenmaker van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) dat de globes ongebruikt in het magazijn stonden: ‘Er waren 16 gloobessen, de meeste vergaan en van kakkerlakken opgegeten.’
Wel werden globes gebruikt bij de opleiding van toekomstige zeelieden. Aan de hand van aarde- en hemelglobes leerden zij hoe de aarde, de zon en de sterren zich tot elkaar verhouden. Een globe gebruiken was niet eenvoudig: bij aankoop kreeg men daarom een uitgebreid handboek.
Globes om mee te pronken
Onder stuurlieden waren globes dus niet erg populair. Onder de rijke bevolking juist wel. In de zeventiende en achttiende eeuw groeiden aarde- en hemelglobes uit tot echte statussymbolen. Koningen, admiraals en welgestelde burgers lieten zich graag afbeelden met een globe. Ook P.C. Hooft (schrijver, historicus en bewoner van het Muiderslot) liet zich portretteren met een hemelglobe. Zo’n globe stond symbool voor kennis, wetenschap en wereldwijsheid. De keuze voor een hemelglobe in plaats van een aardglobe zou bovendien kunnen verwijzen naar God en het hogere. In de zeventiende en achttiende eeuw werd een globe dus vaker gebruikt om indruk te maken dan om daadwerkelijk mee te navigeren.

Petrus Cornelius Hooft (1581-1647), drost van Muiden met zijn wereldglobe. Gravure, 1642. Collectie Stadsarchief Amsterdam
In deze video legt Render Storm, conservator cartografie bij het Allard Pierson, uit hoe onze hemelglobe mee op zee ging
Bezoek
Zien en doen
Onderwijs
Verhalen
Over ons