Something’s fishy here! Stinky knights in armor…
Van top tot teen bepantserd
Het idee van een ridder ontstaat rond de 9e en 10e eeuw. Doordat de maatschappij erg onstabiel is, is er vraag naar extra bescherming voor de mensen die in een graafschap wonen. Dat komt natuurlijk ook doordat de graven, zoals Floris V, constant met elkaar in gevecht zijn. Ridders helpen de graaf om zijn gebied en de mensen die erin wonen te beschermen (én uit te breiden). Het zijn dus eigenlijk gewoon militairen te paard. Net zoals militairen van nu, dragen ze beschermende kleding. In deze begin periode is dat nog niet zo geavanceerd. Denk aan een stugge leren of gewatteerde jas. Pas een paar eeuwen later wordt het harnas ontwikkelt.
Het harnas begint eerst met een borstplaat, die de drager beschermd tegen scherpe steekwapens. Vanaf de 13e eeuw worden er steeds meer onderdelen toegevoegd, waaronder knie-, elleboog- en schouderstukken. Met succes! Het harnas ontwikkelt zich al snel door. Als je van top tot teen bepantserd bent, noemen we dit een volharnas. Zo had je als ridder vanaf de 14e eeuw voor ieder stukje lichaam wel een stukje harnas.
Kuras bestaande uit een borst- en rugstuk (1570-1599), collectie Rijksmuseum Muiderslot, langdurig bruikleen Nationaal Militair Museum.
Nou ja, bij zo’n volharnas was niet letterlijk álles bepantserd. Zo werd het zitvlak altijd vrijgehouden, omdat paardrijden op een ijzeren plaat praktisch onmogelijk is. Je glijdt er zo vanaf! In plaats van een stuk harnas werd hiervoor een maliënkolder- of rok gedragen. Een maliënkolder is een vest of tuniek bestaande uit allemaal metalen ringetjes. Maar zo’n volharnas is erg duur en alleen weggelegd voor de rijke ridders. Het merendeel had dan ook helemaal geen harnas, maar droegen alleen een maliënkolder om zich te beschermen tegen klappen van de vijand.
Daarbij, een volharnas is heel erg onhandig! Je bent al snel met 15 stukken in de weer die bij elkaar wel 30 tot 50 kilo kan wegen. Dan heb je ook nog je zwaard nodig, een schild en een tuniek met herkenbare kleuren… en dan zit je nog niet eens op je paard! Het dragen van een volharnas werd meer een manier om te pochen dan om jezelf te bescherming. Er zijn dan ook meerdere verhalen bekend over ridders die ongelukkig van hun paard vielen doordat ze met al hun pracht en praal in de stijgbeugels bleven haken. Hierdoor werd het dragen van pronkende harnassen steeds minder populair. En dat is maar goed ook. Want vanaf de 15e eeuw worden er nieuwe wapens ontwikkelt, waarmee ze zó door je borstplaat schieten. Hierdoor verdwijnen harnassen snel van het strijdtoneel.
“Lekker ruiken was een statussymbool. Ook voor ridders.”
Jouw vragen beantwoord!
…bloed?
Tja, de kans dat je gewond raakt als ridder is vrij groot. Ook tijdens riddertoernooien kon het er bloederig aan toegaan. Zowel de opa als de oom van graaf Floris V zijn overleden aan verwondingen opgelopen tijdens een toernooi. Doordat zo’n toernooi doorgaans werd gehouden op een groot grasveld in de buurt, zaten de ridders vaak onder de modder. En als je pech had, dus ook onder het bloed.
Voor een ridder was het belangrijk om er verzorgd uit te zien. Na afloop van een wedstrijd werden alle harnassen daarom netjes schoongemaakt. Dit deden ze met water uit de slotgracht. Dat dit hetzelfde water is waarin de drollen van de kasteelbewoners vallen, nemen we maar voor lief.
…zweet?
Als ridder in volharnas is de kans dat je bloed klein(er), maar zweten is gegarandeerd! Onder al dat ijzer dragen ridders vaak nog gewatteerde kleding (als opvulling en om de klappen af te zwakken) en linnen of wollen onderkleding. Als je dan fanatiek op het slagveld om je heen staat te slaan, is het niet gek dat je lichaam zichzelf probeert af te koelen.
Vroeger bestond er nog niet zoiets als deodorant, daarom gebruikten ze vanaf de late middeleeuwen (ca. 1440) zogenaamde tussie mussies. Een tussie mussie bestaat uit een klein bosje bloemen of kruiden zoals rozemarijn of lavendel (tussie) waarvan de stengels samengebonden zijn in mos (mussie). Deze werd tussen het linnen gelegd of, als je écht heel erg stonk, door de ridder meegedragen.
Uit de kasteeltuinen plukten ridders lekker geurende bloemen en kruiden, zoals de naaldvormige blaadjes van Rozemarijn (Rosmarinus officinalis), om met zich mee te dragen.
…poep?
En dan vooral natuurlijk wanneer je als ridder, te paard, in volharnas klaarstaat… Dat is pech hebben! Doordat harnassen zo onhandig en zwaar zijn, dragen ridders deze alleen op piekmomenten. Een ridder met een regelmatige stoelgang kan zijn dagelijkse behoefte dus zonder problemen doen. Het wordt wat moeilijker als je klaarstaat voor de strijd, en dan plots naar het toilet moet. Een ridder kan namelijk niet zelf zijn harnas uitdoen. Hiervoor is hulp nodig van een schildknaap (ridder in de leer en assistent van de ridder).
Als het alleen om poepen gaat, heb je geluk: een maliënkolder kun je makkelijk omhoog tillen en in veel onderkleding zit een klepje. Maar als de ridder een gewatteerde laag aan heeft en er ook nog bij moet plassen, is het allemaal wat moeilijker. Maar goed, als je alles al aan hebt is de kans groot dat je midden in een gevecht zit, dus dan is naar de WC gaan sowieso lastig. Er zijn dan twee opties: samen met je schildknaap een veilige plek zoeken en daar in grote paniek zoveel mogelijk beschermlagen van je af pellen óf alles gewoon te laten lopen.
Het topstuk van onze Wapenzaal! Een volharnas met toernooilans (1500-1599), collectie Rijksmuseum Muiderslot, langdurig bruikleen Rijksmuseum Amsterdam en Nationaal Militair Museum.
Handen wassen, tandenpoetsen
De middeleeuwen staan bekend om hoe vies het allemaal is. Maar dat beeld klopt niet helemaal. Ja, ze maakten soms interessante keuzes (zoals het schoonwassen van je harnas in plaswater), maar uit onderzoek blijkt dat de gemiddelde middeleeuwer het best nauw nam met de dagelijkse hygiëne. Tanden werden gepoetst (met een mengsel van munt, zout en steenkool) en het lichaam werd regelmatig gewassen met water en zeep (gemaakt van kruiden of dierenvet).
Lekker ruiken was zelfs erg belangrijk. Vroeger werd namelijk gedacht dat ziekte werd overgedragen door stank. Sterke geuren werden daarom gemaskeerd door kruidenbuidels, zoals tussie mussies. Daarnaast werd lekker ruiken een statussymbool. Ook voor ridders. Dat kon nog best lastig zijn. De oudste medische school van Europa, de Italiaanse Medische School van Salerno (9e eeuw – 1811), raadde daarom aan om roos of mirte water op de huid te smeren na inspanning. Een soort parfum waardoor die nare zweet-, bloed- of poeplucht wat minder opviel.
Maand van de Geschiedenis 2026
Dit artikel is onderdeel van de Maand van de Geschiedenis, het grootste geschiedenisevenement van Nederland. De hele maand oktober worden er activiteiten georganiseerd rondom het thema Lichaam & Geest. Ook bij het Muiderslot! Kijk in onze agenda of op de themapagina voor meer informatie.
Visit
Explore
Education
Stories
About us